Schuldsanering en ontruiming bij ernstige wanbetaling van de huur

Per 1 januari 2008 is de schuldsaneringsregeling gewijzigd. De wijzigingen hebben onmiddellijke werking en zijn dus niet alleen op nieuwe, maar ook op oude schuldsaneringsgevallen van toepassing. Een van de wijzigingen betreft de mogelijkheid van de schuldenaar (huurder) om een voorlopige voorziening te vragen in geval van een bedreigende situatie, zoals een gedwongen ontruiming. Is een vonnis tot ontruiming van de woonruimte wegens wanbetaling van huur uitgesproken vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan kan tijdens de duur van die regeling geen ontruiming plaatsvinden en wordt de huurovereenkomst verlengd – tenminste, als de huurder de lopende betalingen verricht.

De casus

Huurster is door haar verlieslatende eenmanszaak financieel in de problemen gekomen en heeft met betrekking tot haar woning een huurachterstand. In het tijdsbestek van nog geen jaar zijn tegen huurster drie veroordeling uitgesproken: twee vonnissen tot betaling van de huurschuld en een tot ontruiming. Om ontruiming te voorkomen, verzoekt huurster de rechter om een voorlopige voorziening. Zij vraagt tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verbod van gedwongen woningontruiming. Huurster probeert namelijk met haar schuldeisers tot een minnelijke schuldregeling te komen en heeft er belang bij om vanuit een stabiele situatie (eigen woning) te kunnen werken aan het oplossen van haar schulden. Omdat zij geen inkomen meer heeft, wil zij een bijstandsuitkering aanvragen. Verhuurder heeft er geen vertrouwen in dat huurster in de toekomst de huur zal betalen en wil het laatst verkregen ontruimingsvonnis ten uitvoer leggen. Zijn belang is erin gelegen over te kunnen gaan tot ontbinding van de overeenkomst met huurster, die herhaaldelijk huurschulden heeft laten ontstaan. De herhaalde wanbetaling rechtvaardigt volgens verhuurder de tenuitvoerlegging van het vonnis.

Het oordeel van de rechter

Ondanks dat wegens tijdgebrek een vereiste wettelijke verklaring ontbreekt, neemt de rechter het verzoek van huurster om een verbod van gedwongen woningontruiming in behandeling. Het verzoek kan evenwel niet worden toegewezen. Toewijzing van het gevraagde moet volgens de rechter in beginsel volgen als daarmee kan worden bereikt dat huurster met haar schuldeisers tot een minnelijke schuldregeling kan komen, tenzij zwaarwegende belangen van schuldeisers zich daartegen verzetten. Huurster is tweemaal veroordeeld wegens een huurachterstand en vervolgens tot ontruiming. Zij heeft de eerdere veroordelingen onvoldoende serieus genomen en is te lang doorgegaan met haar kennelijk zwaar verliesgevende eenmanszaak. Zij had in ieder geval na de eerste twee veroordelende vonnissen moeten beseffen dat zij zich niet nog verdere wanbetaling kon permitteren. De betalingsachterstand valt huurster te verwijten en wel zodanig dat de belangenafweging in het voordeel van de verhuurder moet uitvallen. Het is niet gerechtvaardigd het ontruimingsvonnis opzij te zetten om huurster een betere kans te geven om in het minnelijk traject haar schulden te regelen. Huurster mag dus uit het gehuurde worden ontruimd voordat zij tot de schuldsanering wordt toegelaten, mocht zij haar verzoek daartoe willen handhaven. (Uitspraak Rechtbank Amsterdam van 13 februari 2008, LJN BC4565)

Facebook antwoorden
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn